Geschiedenis

IJsclub Nooitgedacht uit De Krieger is op 24 januari 1933 opgericht. Het Nieuws en Advertentieblad van 26 januari 1933 melde dat er nachten waren, waarin het kwik daalde tot – 24 °C, koning Thialf was oppermachtig. Het ijs was zo sterk dat er tochten gemaakt konden worden. Het veerpont over het Zwarte Water was stilgelegd; de overtocht gebeurde per voet.

In die winter werd er ook op de zee achter café De Krieger menig tochtje gereden, zo ook op de 24e januari. Op die datum staken ’s avonds in het café een stel jongelui hun hoofden bij elkaar en namen het besluit dat ook bij De Krieger een ijsclub hoorde.Of men het direct eens was over de naam blijft gissen, het reglement van 1933 spreekt van ijsclub IJsselmeer. Op zich een actuele naam, na de afsluiting van de Zuiderzee in ’32. Toch is deze naam weer doorgestreept en noemden ze de club “Nooitgedacht”. De vereniging stelde zich ten doel ‘de bevordering der ijsvermakelijkheden’.

Dat doel heeft ze nu al 75 jaar voor ogen, en het is in goede winters op vele manieren tot uiting gekomen. Het eerste bestuur bestond uit: Reurik Visscher (voorzitter), G v.d.Linde (vice-voorzitter), Jacob Boes (secretaris), G van Dalen (penningmeester), Willem Visscher (vice-secretaris) en de leden Jan Jordens en Jan ten Napel.

De baan maakte men op de zee achter De Krieger, en voor 75 ct. was de man lid en de overige gezinsleden boven de 15 jaar voor 25 ct. Blijkbaar was het nuttigen van consumpties ook een goede bron van inkomsten. In artikel 20 van het reglement staat vermeld dat de pacht van de tent ten voordele is van de club en er mochten geen andere tenten binnen de touwen staan, in géén geval van niet-leden!

Dat de club haar doelstelling uitgevoerd heeft in de afgelopen jaren laten de boeken wel zien. Vooral zo, n winter van 1956 – waarin ook een Elfstedentocht werd verreden, met vijf winnaars – springt eruit met veel wedstrijden bij De Krieger. Daarbij waren een hardrijderij om het kampioenschap van de Noordwesthoek en de nationale hardrijderij voor vrouwen, die werd gewonnen door een bekende schaatsster uit Giethoorn, Femmie Groen. Strijden om geldprijzen met medailles, maar ook om een rollade, worst of sigaren.

Op allerlei manieren werden wedstrijden georganiseerd. De hardrijderijen voor de kinderen voorop, maar ook ringrijden, estafettes, met hindernissen, met een tonnetje op een sleetje. Nostalgie ten top!

Betere locatie

Was in de beginjaren de baan uitgezet op zee, toch werd al gauw uitgekeken naar een betere locatie. Die werd gevonden in het Stormgat achter de Krieger, een rietput. Had men op zee last van opkomend water en gesleep met palen en elektriciteitskabels. Met de rietput kregen ze te maken met het feit dat eerst het riet gesneden moest worden.

Daarom keken ze weer uit naar een nog betere plek. Het werd de weide van Piet Roskam in de Kadoelerweiden. Met man en macht werd een mooie baan aangelegd, compleet met bestuurskeet, ideaal. Toch duurde hier de pret maar even, want het water liep op een of andere manier uit de baan. Men kwam weer bij het Stormgat achter de Krieger terecht, uiteraard niet tot ongenoegen van de secretaris Albert Weijs tevens uitbater van café De Krieger.

Was een goede baan één probleem, een goed onderkomen voor bestuur en leden was een tweede. Het ging van diverse keten naar een oude autobus – die in de brand werd gestoken – tot steeds betere en mooiere onderkomens, waarvan er nog eens één op Tweede Paasdag 1969 afbrandde.

Er staat nu eindelijk een mooi clubgebouw waar vergaderd kan worden aan de ronde stamtafel uit café De Krieger. Je mag de tafel het oudste lid van de club noemen (als die kon praten). Een gebouw waarin ook op een fatsoenlijke manier de schaatsen onder gedaan kunnen worden. IJsclub Nooitgedacht heeft zich een volwaardige plaats verworven tussen de andere ijsclubs in de regio. Ze organiseert zelf toertochten en draait mee in de 200-km lange Overijsselse Merentocht.